Waar komt de man vandaan?

De wetenschap zoekt al eeuwen naar het antwoord, is ie door een God geschapen? Stamt ie van de aap af? En waarom doet de man zoals ie doet, waarom rent ie rond en alles, waarvoor? De wetenschap zoekt naar het antwoord en graaft en graaft. De wetenschap heeft de man volledig uit elkaar gehaald en ontleed. De wetenschap is erachter gekomen dat de man uit moleculen bestaat, en die moleculen bestaan weer uit atomen. Hele kleine deeltjes. En nu stoppen zie die hele kleine deeltjes in een machine die ze heel snel rond stuurt en op elkaar laat botsen, om te kijken of er misschien nog wel kleinere deeltjes achter zitten. Waar komt de man vandaan, het antwoord moet ergens achter zo’n atoompje liggen.

Zet de vrouw er eens naast! En je hebt het antwoord, daar komt de man vandaan, daarom rent ie rond, daarom doet ie zoals ie doet. Zet de hemel eens naast de materie, en je hebt het antwoord, daar komt de materie vandaan, daarom beweegt de materie. Heelal blijkt een balans tussen de man en de vrouw. Tussen de materie en de hemel, tussen het zijn en het niet zijn.